TUINTHEMA: ÉÉNJARIGEN

VOOR ANTWOORDEN OP TUINVRAGEN IS GROEN&ZO HET GOEDE ADRES

ÉÉNJARIGEN

Boekenlijst

HET HELE JAAR DOOR TUINIEREN MET ÉÉN- EN TWEEJARIGEN

Met één- en tweejarige planten kun je alle maanden van het jaar bezig zijn met tuinieren. Tussen februari en september wordt gezaaid en geplant en vanaf september worden zaden gewonnen en bloemen gedroogd en worden sommige planten klaargemaakt voor overwintering. Tegen de tijd dat de gedroogde bloemen zijn verwerkt in schikkingen en de nieuwe zaden zijn besteld, kan het zaaien alweer beginnen en worden de overwinteraars opgepot in verse grond voor het nieuwe seizoen.

 

ZAAIEN VAN FEBRUARI TOT SEPTEMBER.

Het eerste lentezonnetje in maart is voor menig tuinliefhebber het teken dat het tuinseizoen weer gaat beginnen. In de tuin is het nog kaal; een enkele vroege plant en wat voorjaarsbollen doen hun best als lentebodes, maar een rondje door de tuin is vaak nog een koude bezigheid. Toch kan binnenshuis het tuinieren al begonnen zijn.

 

Februari

Sommige één- en tweejarigen kun je het beste al in februari binnen voorzaaien. Dit geldt bijvoorbeeld voor planten die een lange groeiperiode nodig hebben voordat ze tot volle ontwikkeling en bloei komen zoals siertabak (Nicotiana) en leeuwenbek (Anthirrhinum). Ook planten die vooral als snijbloem worden gekweekt, zoals Lathyrus odoratus, worden al in februari gezaaid, zodat je er snel en lang plezier van hebt. Planten die bedoeld zijn voor bloembakken, zoals Petunia, Coleus en Verbena, worden eveneens vroeg gezaaid, zodat ze een beetje formaat hebben als ze half mei naar buiten kunnen. Sommige tweejarige planten worden al in februari binnenshuis voorgezaaid omdat ze dan vaak in het eerste jaar al bloeien, zoals teunisbloem (Oenothera) en stokroos (Alcea rosea). Een andere reden om tweejarigen al in februari voor te zaaien kan zijn dat een aantal van deze planten het eerste jaar een prachtige bladrozet vormt, maar hun sierwaarde verliest als ze gaan bloeien en daarom als éénjarige worden geteeld. Voorbeelden hiervan zijn snijbiet (Beta vulgaris), zilverwitte salie (Salvia argentea) en de mariadistel (Silybum marianum), waarvan de bladrozet mooier blijft als je de bloeistengel vroegtijdig afknipt. Ook siermais wordt vroeg gezaaid, omdat een lange en vooral warme zomer nodig is om de kolven te laten rijpen.

 

Maart en april

Dit zijn de maanden waarin de meeste planten worden gezaaid. In maart nog binnenshuis en vanaf april zowel binnen als buiten. Sommige soorten hebben hogere temperaturen nodig om te ontkiemen, maar over het algemeen geldt dat het opkweken binnenshuis beter niet op een te warme plek kan gebeuren. De planten groeien dan te ijl op. Ook planten, waarvan het zaad alleen bij een hogere temperatuur ontkiemt, kunnen daarna beter wat koeler verder opgekweekt worden om stevige planten te krijgen. Grove zaden worden met een laagje zand bedekt, fijne zaden worden alleen met een plankje goed op de aarde gedrukt. Het pluizige zaad van korenbloemen (Centaurea) wordt ook niet afgedekt met grond. De zaden van siertabak (Nicotiana) hebben licht nodig om te kiemen, maar veel andere soorten kiemen in het donker. Zodra de kiemplantjes verschijnen moeten ze langzaam aan het licht gewend worden. Het buitenshuis verspenen en uitplanten kan het beste gebeuren bij rustig weer en niet te felle zon.

In april kan ook buiten worden gezaaid. Een goed voorbereid zaaibed, waarin in regels gezaaid kan worden, geeft het beste resultaat omdat onkruid makkelijker te herkennen is. Soorten die geschikt zijn om buiten in de volle grond gezaaid te worden zijn o.a. Adonis aestivalis (Kooltje vuur), Amaranthus (Kattenstaart), Calendula (Goudsbloem), Callistephus chinensis (zomeraster), Centaurea (Korenbloem), Consolida (Eénjarige ridderspoor), Dianthus chinensis (Tuinanjelier), Godetia (Zomerazalea), Helianthus annuus (Zonnebloem), Iberis (Scheefkelk), Linaria (Vlasleeuwenbekje), Nemophila (Bosliefje) en Nigella (Juffertje-in-het-groen). Ook soorten die zich moeilijk laten verspenen, worden direct buiten in de volle grond gezaaid in april, zoals Eschholtzia (Slaapmutsje), Lupinus (Lupine), Papaver (Klaproos) en Reseda (Wouw).

De vlugkiemende zaden van Impatiens balsamina (Tuinbalsemien), Perilla frutescens (Shiso), Tagetes (Afrikaantje), Tropaeolum (Oostindische Kers) en Zinnia kunnen eveneens direct in de volle grond worden gezaaid, maar niet te vroeg omdat de snel opkomende kiemplantjes bij nachtvorst zullen bevriezen. De zaden van Phlox drummondii (Vlambloem) kiemen buiten slecht en kunnen dus beter binnenshuis in potjes worden voorgezaaid. Hetzelfde geldt voor Cobaea scandens (Klokwinde), Ricinus communis (Wonderboom) en pompoenen en kalebassen. Lathyrus odoratus (Siererwt) kan vroeg buiten worden gezaaid, maar bloeit eerder als binnen in potjes wordt voorgezaaid.

 

Mei en juni

In mei en juni worden de tweejarigen gezaaid. Bellis perennis (Meizoentje, Madeliefje) en Dianthus barbatus (Duizendschoon) horen hier eveneens bij. Deze planten zweven wat in het gebied tussen tweejarig en overblijvend, maar ze bloeien het mooiste in het tweede jaar. Ook Onopordon bracteatum (Zilverwitte wegdistel) is erg mooi in het tweede jaar. Brassica oleracea (Sierkool) wordt in juni gezaaid in potjes met niet te rijke grond, om in het najaar nog kleur aan de border te geven. Campanula medium (Mariëtteklokje) wordt vroeg in mei gezaaid en een paar maal verspeend, voordat de planten de volle grond in gaan. Ookal kan de stokroos (Alcea rosea) soms langer leven dan twee jaar, is het toch beter om elk jaar nieuwe planten te zaaien, omdat vooral oude planten vatbaar zijn voor aantasting door roest. Verder horen in de zaaiperiode mei-juni natuurlijk de bekende Lunaria biennis (Judaspenning) en Digitalis purpurea (Vingerhoedskruid) thuis.

 

Juli, augustus, september

Juli is een goede maand om overblijvende éénjarige planten te zaaien, zoals viooltjes, lijmkruid (Silene) en madeliefjes. Door in deze maand te zaaien, kunt u al vroeg in het volgende voorjaar van bloemen genieten. Geef de bladrozetten wel een winterbescherming van takjes. In augustus kunnen vergeet-me-nietjes worden gezaaid voor bloei in april of mei van het volgende jaar. September is de maand om Verbascum (Toorts) te zaaien. De plant zal dan de volgende zomer al in juli bloeien. Natuurlijk zijn juli, augustus en september ook maanden om armen vol bloemen te plukken en in huis een mooie plek te geven. Papaver wordt pas geplukt als de knop begint te kleuren. Schroei de onderkant van de stengel dicht of houd deze even in kokend water voordat de bloem in de vaas wordt gezet.

 

Oktober, november, december en januari

Aan het einde van de zomer begint de kleurenpracht langzaam af te nemen. Wilt u er toch iets van bewaren, probeer dan bijtijds wat bloemen te drogen en zaden te winnen. Anchusa (Ossentong), Centaurea (Korenbloem), éénjarige ridderspoor, Myosotis (Vergeet-me-nietje), Tagetes (Afrikaantje) en Zinnia kunnen mooi opdrogen als ze in een doos met zilverzand in de zon worden gezet. Lagurus ovatus (Hazenstaartje) kan evenals een aantal andere grassen en éénjarige bloemen goed in bosjes te drogen worden gehangen in een donkere, koele en droge ruimte. Knip de bloeistengels van de grassen pas af als ze volledig ontwikkeld zijn. De meeste bloemen worden te drogen gehangen zodra ze beginnen open te gaan. De bloemen van Rhodante chlorocephala (Strobloem) worden pas geplukt vlak voor ze helemaal open zijn. Ook de zaadhoofdjes van Scabiosa (Schurftkruid) en de zaaddozen van bijvoorbeeld Nicandra physaloides (Zegekruid) en Nigella (Juffertje-in-het-groen) zijn in gedroogde toestand lang houdbaar.

Een aantal éénjarige planten kan eventueel in een pot overwinteren in een niet te warme kamer, zoals Callistephus (Zomeraster), Celosia (Hanekam), Cobaea (Klokwinde), Lobelia, Nemesia, Reseda (Wouw) en Statice (Staartaar). Voor de éénjarige Verbena hybrida is het zelfs aan te raden om de moederplant te overwinteren, omdat het zaad van deze plant wat onregelmatig kiemt.

Het zaaien, het planten, het drogen, het overwinteren en bloemschikken kunnen ons dus het hele jaar aan het tuinieren houden.

Uitzonderingen bevestigen de regel en daardoor kan het zaaien wel eens mislukken. Er zijn lichtkiemers, koukiemers, langzame kiemers en nog meer uitzonderingen. Daarover een andere keer meer informatie.

Na een flinke regenbui kan de grond dichtslaan. Probeer voorzichtig de bovenlaag van het zaaibed weer wat los te maken met een krabbertje.

 

Eénjarige bladplanten voor haagjes:

  • Artemisia annua (alsem),
  • Atriplex hortensis (melde),
  • Kochia scoparia (zomercipres),
  • Malva verticillata (syn. Malva crispa) (dessertblad),
  • Perilla nankinensis (shiso).

 

 

Eénjarige plant voor grindtuinen:

  • Eschscholzia caespitosa (slaapmutsje).

 

Klimmende éénjarigen:

  • Cobaea scandens (klokwinde),
  • Humulus japonicus (Japanse hop),
  • Ipomoea (winde),
  • Lathyrus odoratus (siererwt),
  • Phaseolus coccineus (pronkboon),
  • Tropaeolum majus (Oost-indische kers),
  • Tropaeolum peregrinum (kanariekers).

 

Eénjarige grassen:

  • Agrostis nebulosa (nevelgras),
  • Briza maxima (groot trilgras),
  • Briza minor (klein trilgras/bevertjes),
  • Hordeum jubatum (kwispelgerst),
  • Lagurus ovatus (hazenstaartje).

 

Eénjarige snijbloemen:

  • Agrostis nebulosa (nevelgras),
  • Adonis aestivalis (kooltje-vuur),
  • Amaranthus (kattenstaart),
  • Briza (trilgras),
  • Calendula officinalis (goudsbloem),
  • Campanula medium (mariëtteklokje),
  • Celosia argentea (hanenkam),
  • Coreopsis tinctoria (meisjesogen),
  • Cosmos bipinnatus (cosmea),
  • Delphinium consolida (ridderspoor),
  • Dianthus barbatus (duizendschoon),
  • Erysimum cheiri (muurbloem),
  • Eschscholzia caespitosa (slaapmutsje),
  • Euphorbia marginata (bonte wolfsmelk),
  • Godetia grandiflora (syn. Clarkia amoena, zomerazalea),
  • Helianthus annuus (zonnebloem),
  • Lathyrus odoratus (siererwt),
  • Lavatera trimestis (bekermalve),
  • Lonas annua (knoopjesbloem),
  • Nigella damascene (juffertje-in-het-groen),
  • Papaver (klaproos),
  • Reseda odorata (tuinreseda, wouw).

 

Eénjarigen voor vochtige grond:

  • Ageratum (mexicaantje), zon,
  • Mimulus (maskerbloem), schaduw,
  • Nemesia strumosa (nemesia), schaduw,
  • Nemophila menziesii (bosliefje), lichte schaduw,
  • Petunia (petunia, falcongroep), halfschaduw.

 

Eénjarigen voor zure grond:

  • Nemesia (nemesia), lichtzuur,
  • Gilia capitata (gilia).

 

Eénjarigen voor droge grond:

  • Gilia tricolor (gilia),
  • Glaucium flavum (hoornpapaver),
  • Gypsophila elegans (gipskruid),
  • Oenothera (teunisbloem),
  • Phacelia (bijenbloem),
  • Platystemon californicus (kleine papaver),
  • Portulacca (portulak, sierpostelein),
  • Tropaeolum (Oost-indische kers).Eén- en tweejarigen voor (lichte) schaduw:
  • Asperula orientalis (lieve-vrouwe-bedstro),
  • Bellis perennis (madeliefje),
  • Browallia speciosa (browallia),
  • Calceolaria (pantoffelplantje),
  • Calendula officinalis (goudsbloem),
  • Clarkia amoena (zomerazalea),
  • Collinsia grandiflora (collinsia),
  • Cuphea (luciferplantje),
  • Cynoglossum amabile (hondstong),
  • Digitalis (vingerhoedskruid),
  • Impatiens walleriana (vlijtig liesje),
  • Linaria (vlasleeuwenbekje),
  • Lobelia (lobelia),
  • Lunaria annua (judaspenning),
  • Mimulus (maskerbloem)
  • Myosotis (vergeet-me-nietje),
  • Nemesia (nemesia),
  • Nemophila (bosliefje),
  • Nicotiana (siertabak),
  • Petunia (falcongroeppetunia),
  • Plectranthus (reumatiekplant, mottenkruid),
  • Silene (hemelroosje),
  • Thunbergia (suzanne-met-de-mooie-ogen).
  • Torenia fournieri (torenia).
  • Viola (viooltje).

 

Eénjarigen, de naam zegt het al, zijn planten die in één jaar van zaad uitgroeien tot een plant, bloeien en zaad vormen, om vervolgens door uitputting of door de eerste nachtvorst geveld te worden. Door het afknippen van uitgebloeide bloemen wordt zaadvorming voorkomen en kan de bloei heel lang doorgaan. De meeste éénjarigen hebben graag een plekje in de zon op diep gespitte en matig bemeste grond. Teveel mest veroorzaakt weelderige bladvorming, maar minder bloei. Een uitzondering hierop zijn o.a.: Alcea rosea (stokroos), Cleome (kattensnor), Celosia (hanenkam) en Zinnia.; deze planten staan graag in voedzame grond. Als de grond te zwaar is, kan wat compost worden toegevoegd. Hoe fijner de zaden, hoe fijner de grond moet worden geharkt, als buiten in de volle grond wordt gezaaid. Het binnen voorzaaien en de planten pas buiten uitplanten als ze een kluitje hebben gevormd, geeft de meeste garantie op succes. Zet in een éénjarigenborder de planten dicht bij elkaar, zodat kortbloeiende soorten er gemakkelijk tussenuit kunnen worden gehaald als ze afgestorven zijn, zonder een open plek achter te laten.

 

Tweejarigen worden in mei of juni gezaaid in potjes en pas in de nazomer op de plaats van bestemming gezet, of vorstvrij overwinterd en het jaar daarna pas uitgeplant. Deze planten vormen in het eerste jaar een bladrozet en bloeien in het tweede jaar om daarna af te sterven. Sommige soorten maken zijscheuten en leven daardoor soms langer, maar de eerste bloei is het mooiste. In de winter tussen het eerste en het tweede jaar kunnen de bladrozetten van sommige soorten wel wat bescherming gebruiken van losse takjes.

 

 

Liesbeth Pilon

Waarland, oktober 2002