TUINTHEMA: TUINSFEER

VOOR ANTWOORDEN OP TUINVRAGEN IS GROEN&ZO HET GOEDE ADRES

TUINSFEER

Boekenlijst

Er zijn twee soorten sfeerbeleving. De eerste soort werkt meer naar buiten toe en geldt vaak voor grote groepen mensen. De tweede werkt naar binnen en verschilt meestal per individu. De eerste kun je kopen, de tweede kun je alleen kopen als je zelf in staat bent de sfeer die je wenst in concrete zaken om te zetten of als je het geluk hebt een ontwerper te vinden die jouw sfeerbeleving aanvoelt en in werkelijkheid kan omzetten. De eerste soort sfeerbeleving is een materiële, de tweede soort een spirituele.

Een paar jaar geleden schreef ik een millennium-artikel voor Groei&Bloei. Het was best bijzonder dat dit werd geplaatst, want ik kreeg in die tijd wel eens de indruk dat niemand eigenlijk wist hoe groots je zoiets nou moest vieren en het leek alsof daarom werd besloten het tot ‘not done’ te verklaren om teveel aandacht aan de eeuw- en millenniumwissel te besteden. Dat nam veel onrust weg en er was op deze manier geen wedstrijd wie het op z’n leukst deed, geen winnaar en geen verliezer. Een tweede reden dat ik het bijzonder vond dat mijn artikel werd geplaatst, was dat het toch wel gericht was op de spirituele sfeerbeleving in de tuin, waar nog niet iedereen aan toe is in deze tijd van ‘shop till you drop’. Juist omdat er veel geld is onder de mensen, begint het een normale zaak te worden dat je in materieel opzicht je zaakjes voor elkaar hebt, waardoor er ruimte komt voor andere zaken. Dit heeft niets met zweverigheid te maken; het zal naar mijn mening een levensbehoefte worden in onze 24-uurs economie, dat huis en tuin een rustpunt worden in plaats van een statussymbool.

 

Sfeerbeleving naar buiten

Deze sfeerbeleving heeft te maken met symboliek. Het woord statussymbool hoeft niet altijd negatief te worden uitgelegd. Het is een symbool waarmee je aangeeft bij welke groep mensen je hoort (politieke mening, carnavalstype, religie etc.), of in welke fase van je leven je zit (bijvoorbeeld de midlife-Chrysler). Met symbolen kun je iets uitdrukken naar anderen of naar jezelf. Door het plaatsen van stenen leeuwtjes naast je tuinhekje, kun je voor jezelf misschien het gevoel oproepen (in een dronken bui) dat je in een kasteel woont. En door je tuin vol te zetten met tropische gewassen, heb je het ’s winters heel druk en kun je in huis geen kant meer op, maar kun je 2 of 3 zomeravonden het gevoel hebben dat je een hele luxe vakantie aan het houden bent in een paradijselijk oord in plaats van aan de Dorpsstraat. Door dit soort ‘communicatie’ beginnen we aardig in de war te raken, vind ik.

Zo zag ik eens bij een drive-in woning een ruif aan de muur geschroefd. Ten eerste was de tuin te klein voor een paard, maar als het al gelukt was een paard in die achtertuin te frommelen, dan zou die er niet uit kunnen eten, want de ruif zat op de eerste verdieping. Vlak bij mij in de buurt is een rijtje vrijstaande huizen gebouwd. Daar zit één huis bij, dat in Zaanse stijl gebouwd is. De voortuin van dat huis is echter een heuse Zen-tuin, waar dagelijks het grind (zand zou maar wegwaaien en het moet wel praktisch blijven bij ons in Noord-Holland!) in golvende bewegingen wordt geharkt. Dat soort dingen maakt mij in de war. Moet je het afkeuren? De tijden veranderen, we hebben een multiculturele samenleving, we reizen veel en doen daar indrukken op die we mee naar huis nemen en het wereldnieuws ligt ’s ochtends in je brievenbus. Welke van onze inheemse planten is werkelijk inheems? Gaat zich uit deze smeltkroes van ongecoördineerde invloeden van buitenaf toch weer één geaccepteerde stijl ontwikkelen, die we over driehonderd jaar als kunst gaan benoemen? Of moeten we een heleboel zaken als ‘troep’ betitelen en vasthouden aan wat altijd al geaccepteerd was? In dit opzicht heb ik het gevoel dat de gemeente-ambtenaren die bouwplannen goedkeuren ook niet altijd meer weten waar ze de grens moeten leggen. Dat rijtje huizen wat ik eerder noemde heeft allemaal een min of meer Noord-Hollandse stijl. Het lijkt aannemelijk dat de gemeente dat als eis heeft gesteld. Maar waarom worden er geen eisen aan de voortuinen gesteld? Het lijkt wel of je over de Albert Cuyp loopt als je die voortuinen passeert, allemaal anders en veel houten schuttingen, allemaal kraampjes: Vietnamese loempia’s naast de sokkenboer, de Hollandse kaasboer naast de matrassenman, etc. Kortom die materiële sfeerbeleving begint aardig verwarrend te worden. In ieder geval vallen bovengenoemde zaken onder wat ik bedoel met de sfeerbeleving naar buiten, sfeer om iets uit te drukken.

 

Sfeerbeleving naar binnen

Deze sfeerbeleving is veel minder verwarrend, maar het is veel moeilijker om de dingen om je heen zó te rangschikken, dat je de sfeerbeleving krijgt die je zoekt. Bij sfeerbeleving naar binnen gaat het zuiver om de indrukken van het individu, die ook alleen gelden voor het individu en dus ook nooit voor iemand anders op volledig dezelfde manier te beleven zijn. Denk aan een zwoele zomeravond op een stadsterras. De schemering, de rieten stoelen, de zachte lucht, gepraat, glazen bier. Dat zien we waarschijnlijk allemaal hetzelfde. Toch zal elk individu een eigen sfeerbeleving hebben. De één zal ontspannen rondkijken naar de grote statige huizen die rond het plein staan en al ‘bierend’ mijmeren over hoe het leven daar 100 jaar geleden geweest zal zijn. De ander ziet een voorbijganger, die herinneringen oproept. Een derde bekijkt de bomen en moet aan zijn grootmoeder denken, etc. De volgende ochtend zal de overeenkomst zijn: het wat moeizaam wakker worden en het beeld van de stoelen, de obers, de straatsteentjes. Maar voor de rest zal de avond bij iedereen een andere herinnering vormen en andere dingen in gang zetten. Zelfs het goede gesprek, wat zo’n avond makkelijk op gang komt, zal bij iedereen een andere indruk achterlaten en andere bewegingen veroorzaken.

Is deze sfeerbeleving te materialiseren in de tuin? Ik denk het wel. Wanneer je in een kloosterhof bent, voel je de rust en de eeuwigheid en dat doet iets met je. Een tuin met teveel vijverlampen en gekleurde lichtjes doet iets heel anders met je. Een binnenplaats met oude stenen muren en één grote boom, doet mij denken aan de erudiete mens, die ik daar in gedachten zie zitten met veel boeken. Dezelfde binnenplaats gevuld met veel potterie, geroeste vogelkooitjes en meer van dat soort goed bedoelde rotzooi, zal weer een ander soort mens gelukkig maken.

Waar wil ik nou met mijn uitleg naartoe? De sfeerbeleving naar binnen is wat ik graag in tuinen terugzie en waar naar mijn mening in de toekomst veel meer mensen behoefte aan zullen hebben.

Als kind was ik een paar maal op vakantie in de bossen. Mijn liefste bezigheid was zelf tuintjes maken. Met in het bos bij elkaar gezochte rommeltjes ging ik bouwen. Takjes vormden de mooiste bomen, dennennaalden deden hun werk. En vooral de omheining gaf me een veilig gevoel, ondanks dat ik zelf niet in mijn tuintje paste en erbuiten zat in dat grote enge bos met mijn handen in de zwarte zanderige bosgrond. De schaduwen, de buigingen van de paadjes, de geur van de aangeharkte bosgrond, het prieel van takjes om te schuilen voor de regen en de zon die af en toe kans zag door het dichte lover boven mij heen te prikken en de zon in mijn tuintje liet schijnen. Dat is een sfeerbeleving die niet zo eenvoudig te koop is en je kunt je afvragen of dat op een verantwoorde manier te realiseren is. Wat is verantwoord? De geur van afrikaantjes bij de flat waar ik vroeger woonde en veel buitenspeelde kan ik mij herinneren. Niet of dat eigenlijk wel een verantwoorde plant was in een doordacht beplantingsplan. De elkaar te snel opvolgende trends verbieden ons (not-done roepen de stylisten dan in koor) in ieder geval om afrikaantjes te planten. De uiterlijke sfeerbeleving verbiedt ons dus toe te geven aan onze innerlijke sfeerbeleving. Daar is geen oplossing voor en die probeer ik ook niet te geven, maar het is wel leuk om over te filosoferen.

Toch kan het wel. Door de juiste lijnen in een tuin te zetten, kan hij bijna kaal zijn en toch iets oproepen, wat door meerdere mensen op dezelfde manier wordt ervaren. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is mijn eigen tuin. Een paar jaar geleden kochten wij 3 ha grond met een tuinderswoning erop. Wij verkochten 2 ha grond door aan het waterschap, dat reserveboezem nodig had in deze polder. Aansluitend aan onze tuin is dit inmiddels aangelegd als een watergebied met eilandjes. Omdat wij geen rechte sloot of hek als erfafscheiding wilden, werd een ontwerp getekend waarbij onze tuin met landtongen het watergebied ingaat. Toen de tuin nog niet was beplant, en er alleen overal gras was ingezaaid, viel het alop, dat mensen die bij ons langskwamen, in de zomer direct door de keukendeur weer naar buiten stapten om de langste, in een flauwe bocht liggende landpunt op te lopen. Na het zaaien is er nog gewalst, want ik wil daar kunnen lopen zonder op te moeten letten op kuilen en het groene fluweel nodigt daardoor erg uit. Ook ik betrapte mezelf erop de neiging te hebben om met uitgespreide armen die landpunt op te lopen. Ik beheers mezelf nog even, want er is nog geen haag om het zicht vanaf de weg af te schermen en voor je het weet ben je de dorpsgek. Toch is mijn neiging niet helemaal gek. Op een mooie zomeravond waren we aan het barbecuen in het boomgaardje en ineens misten we iemand. We keken om ons heen en in de verte, aan het einde van de langste landpunt zagen we hem lopen, schoenen uit, broekspijpen opgerold en genietend pootje aan het baden, helemaal in zichzelf verzonken. Ik vind het prachtig als een ontwerp zoiets met mensen doet, dan tref je doel. Toen het nog een onverzorgde lap weidegrond was, had niemand die neiging en als ik een goed verzorgd voetbalveld zie, heb ik toch niet de inspiratie die kunstzinnig diagonaal te gaan oversteken.

 

Conclusie kan zijn, dat het dus mogelijk is een ontwerp te maken dat iets teweegbrengt, iets meer dan alleen maar verzorgd en verantwoord zijn.

 

Een relaas, naar ik me realiseer, met een open einde. Het is bedoeld om de gedachtenstroom te stimuleren over wat tuinen, landschappen en architectuur juist wel of juist niet in relatie met mensen kunnen betekenen. Zolang de discussie daarover gaande is en niet is af te sluiten, gaan we de goede kant op in tuinenland, want iets kan alleen maar sluitend worden afgerond als je het over een massaproduct hebt en dat is wat tuinen (als het aan de tuincentra ligt), lijken te worden, maar in mijn opinie nou juist niet zouden moeten zijn.

 

 

Liesbeth Pilon

Waarland, 12 maart 2002